vrijdag 11 april 2008

Verwarring

Ha, loop ik al een jaar rond te bazuinen dat ‘zingeving’ mijn onderwerp is, vooral ‘zingeving in organisaties’, besef ik me nu dat ik eigenlijk geen benul heb waar ik over praat! Wat is zingeving eigenlijk? Wat zijn de theorieën, stromingen, gangbare ideëen? En hoezo: zingeving in organisaties? Bestaat dat wel? En als het bestaat: wat heb je eraan, als organisatie?

Wat is er gebeurd? Ik ben vanochtend met frisse zin het eerste hoofdstuk uit het boek ‘Sensemaking in organizations’ van Karl Weick gaan lezen. Dit boek is onderdeel van een blok van drie boeken dat ik moet lezen ter voorbereiding op mijn masterthesis voor mijn studie ‘Cultuur, Organisatie en Management’ aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Sinds ik het woord ‘zingeving’ ben tegengekomen heb ik dat begrip zo’n beetje geadopteerd (dat is mijn ding, mijn onderwerp) zonder eigenlijk te weten wat het inhoudt, besef ik me nu.

Het boek van Weick ligt al een klein jaar in mijn kast, te wachten om gelezen te worden. Eindelijk is het vandaag dan zover, maar de eerste pagina’s van het boek hebben dus meteen tot verwarring en vertwijfeling geleid:

· Waar gaat dat eigenlijk over, zingeving?

· Omvat het in de praktijk (of beter gezegd: in de theorie) wel wat ik er in de praktijk aan gevoel bij heb? (ofwel: is het wel mijn onderwerp?)

· En dan het taalaspect: is ‘sensemaking’ wel de correcte vertaling van ‘zingeving’? Als iets ‘sense’ maakt, heeft het dan altijd ‘zin’? Is ‘sensemaking’ niet meer ‘betekenisgeving’, een proces dat achteraf plaatsvindt? En is ‘sensegiving’ (proces vooraf) dan eigenlijk meer mijn onderwerp dan ‘sensemaking’? Maar bestaat ‘sensegiving’ wel in organisaties? “Doet” men daaraan?

Het ‘tijdsaspect’ lijkt een belangrijke rol te spelen in deze afbakening en in het duidelijk krijgen van definities en speelvelden. “Waar speelt tijd geen rol?”, hoor ik Ida (mijn scriptiebegeleider) denken. ‘Tijd’ is Ida’s ding: tijdbeleving, tijdregimes, kloktijd, biologische tijd etc.

Ik besef me dus dondersgoed dat ik nog behoorlijk leeg ben in mijn begrip van zingeving. Ik heb nog geen zicht op het concept zingeving, op het zingevingsdebat en op wat ik er nou eigenlijk zelf mee wil (en kan) in het kader van mijn scriptie. Blijkbaar heb ik er wel een soort van gevoel bij. Het goede nieuws is: ik ben nieuwsgierig. Nieuwsgierig naar mijn gevoel bij ‘zingeving’, nieuwsgierig naar het debat rond zingeving, nieuwsgierig waar deze zoektocht heen leidt.

Ik heb zin om het debat rond ‘zingeving’ en ‘sensemaking’ beter te leren kennen, de begrippen te duiden, mijn onderwerp af te bakenen, me door de verwarring heen een weg naar inzicht te worstelen en tot slot om te kijken wat ik met dat alles kan doen in het kader van het prachtige materiaal dat ik bij de Belastingdienst heb verzameld.

Kortom: het proces is begonnen! :-)