Door de verwarring die ontstond tijdens het lezen van het boek van Weick afgelopen vrijdag (zie: verwarring), besloot ik vanochtend om dat boek even opzij te leggen en wat rustiger aan te beginnen met het boek ‘No time. Stress and the crises of modern life’ van Heather Menzies. Wauw, wat een interessant en leuk boek! Het leest prettig, vlot en is mooi en spannend geschreven. Ik heb de introductie nog maar half gelezen, maar elke regel, elke alinea brengt meteen een hoop ideeën naar boven: waarom zijn we met zijn allen zo druk? Wat drijft ons? Leidt de versnelling en versnippering niet juist tot meer chaos, minder resultaat?
Menzies beschrijft hoe het digitale netwerk ons besef van tijd en plaats comprimeert. Als we een e-mail versturen of voicemail achterlaten gaat er een vluchtige impressie van onszelf het digitale netwerk in. Op een willekeurig moment zijn er dus vele virtuele ‘zelven’ op veel verschillende plaatsen aanwezig. Elk bericht kan weer een reactie (of meerdere) veroorzaken, waardoor ons leven steeds drukker en meer ‘distracted’ wordt; meer van onszelf afgeleid, meer verward.
Ik herken dit goed uit de tijd dat ik zeer intensief betrokken was in het netwerk van mijn werk bij Shell. Het gevoel geleefd te worden door e-mails, telefoon, collega’s om me heen, allerlei vormen van overleg, planning, targets, beoordeling et cetera. “Kan dat niet anders?”, schiet er door mijn hoofd. Is dit een gegeven waar we niet meer omheen kunnen in de Westerse maatschappij anno 2008? Mindfulness @ work, dàt is mijn ideaal: werken met aandacht. Is dat een illusie? Zijn er werkelijk bedrijven waar met vereende krachten, plezier en succes gewerkt wordt, of sluit succes plezier uit, en vice versa?
En als het bestaat (ik ben een idealist, totdat het tegendeel bewezen is :-)), hoe zou je dat dan in de cultuur van de organisatie kunnen vatten of terugvinden? Hoe wordt zo’n organisatie ingericht, opgezet, gerund? Welke normen en waarden, rituelen en symbolen ondersteunen een prettige werkomgeving? En hoe omschrijf je zo’n prettige werkomgeving? Prettig voor wie? Prettig waarom? Is er al een woord voor? Bestaat zo’n concept? En hoe voorkom je dat het een gezellige maar doelloze knutselclub wordt die niet met beide benen in de realiteit staat? Immers: winst maken en successen boeken lijken broodnodige ingredienten voor een “houdbare” organisatie. Of kan het anders?
Ik laat mijn gedachten de vrije loop en voel de energie borrelen. Wauw, dit is leuk! Ondertussen sta ik wat boterhammen te smeren (het is bijna lunchtijd) en terwijl ik een hap neem bijt ik voor de vierde dag op rij vol op hetzelfde plekje van de binnenkant van mijn onderlip. “Au, potverdorie!” Het plekje is inmiddels nogal gevoelig geworden…. “Aandacht”, gaat er door mijn hoofd. Ik besteed geen aandacht aan mijn boterham, aan het eten, aan het moment. Ik ben ondertussen andere dingen aan het doen en daardoor gaat het dus niet zoals het moet. Mijn gedachten gaan verder: Is dat ook wat er in organisaties gebeurt? Versplintering, versnippering, gebrek aan aandacht? Kan meer aandacht dan leiden tot beter resultaat? Dat biedt hoop! Ik pak mijn laptop, ga zitten, en zet mijn gedachten op een rijtje. De boterhammen liggen geduldig op het bord naast mij op de bank te wachten op een moment van aandacht.
Is het een illusie om rustig te werken in organisaties? De media, het tijdsbeeld en alle geluiden om mij heen, van vrienden, familie en bekenden, laat zien dat we allemaal erg druk en gehaast zijn, vaak niet blij met ons werk. Het doet me denken aan ‘De Intensieve Menshouderij’, van Jaap Peters, een boek dat ik een half jaar geleden heb doorgebladerd. Susan, een scriptiegroepsgenoot, heeft het boek volgens mij wat beter bestudeerd en onderzoekt nu de tijdsbeleving van het verplegend personeel in een ziekenhuis in Haarlem. Tijdens de vorige bijeenkomst vertelde Susan dat het verpleegwerk erg operationeel, erg industrieel is geworden, haast gereduceerd is tot geautomatiseerde handelingen door het verplegend personeel. Voor elke handeling staat een bepaalde tijd en alles wordt gepland en in roosters en taken gevat. De dag van een verpleger is een aaneenschakeling van taken, oog voor de menselijke maat is er (haast) niet meer. [Susan: voel je vrij om me te corrigeren!]
Maar even terugkomend op mijn eigen veld van interesse: is het een illusie om een prettige werksfeer na te streven? Bestaan organisaties waar oog is voor de menselijke maat, waar winst gemaakt wordt, zonder dat mensen daarvoor in het nauw gedreven worden, letterlijk en figuurlijk? “MVO”, schiet het door mijn hoofd: Maatschappelijk verantwoord ondernemen. Daar heb ik twee jaar geleden mijn bachelorscriptie over geschreven. Grappig om te zien hoe mijn huidige interesse toch weer daar tegenaan schurkt. Leidt aandacht tot beter resultaat? En hoe verpak je dit alles in een organisatiecultuur, zonder dat het een zweverige knutselclub wordt? Het is inmiddels wel duidelijk: Heather Menzies heeft mijn gedachten, mijn inspiratie in een hogere versnelling gebracht.
Ik geloof dat ik dit boek nog maar even niet opzij leg :-).
Brigitte
NB: reacties, correcties, ideeën, aanvullingen et cetera zijn uiteraard van harte welkom!
maandag 14 april 2008
Abonneren op:
Posts (Atom)